VVE-beleid

In 2000 is de regeling VVE landelijk van kracht geworden. Doel van de VVE is het voorkomen van (taal-)achterstanden bij alle kinderen van 2 tot 6 jaar, die in een achterstandssituatie verkeren of dreigen terecht te komen. Dit zijn ongeveer 200.000 autochtone en allochtone kinderen.
Uitgangspunten van de VVE zijn: voorkomen is beter dan genezen en hoe eerder hoe beter. Door risicokinderen zo jong mogelijk gericht in hun ontwikkeling te stimuleren wil de overheid latere maatschappelijke problemen als onderwijsachterstanden voorkomen.

De VVE bestaat uit een educatief programma, dat begint in de voorschoolse periode (peuterspeelzaal) en loopt door in de eerste twee jaar van het basisonderwijs. Peuterspeelzalen zijn een belangrijke schakel in de VVE want de doelgroepkinderen zijn over het algemeen vaker te vinden op peuterspeelzalen dan op kinderdagverblijven. Een VVE-programma is gericht op de totale ontwikkeling van het kind, dus zowel taal en cognitieve ontwikkeling als ook sociale, emotionele, creatieve en lichamelijke ontwikkeling.

Inmiddels zijn er 357 VVE-gemeenten die van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Welzijn subsidie kunnen krijgen voor de aanschaf van programma’s, scholing en het aanstellen van extra personeel. Voorwaarde is dat het programma voldoet aan de volgende criteria:
1. Het is geschikt voor jonge kinderen en loopt door tot en met groep 2 van de 
    basisschool.
2. Er is sprake van een gestructureerde, didactische aanpak.
3. Er wordt gezorgd voor een intensieve begeleiding van de kinderen.
4. Er wordt door twee professionals meegewerkt, die VVE-gecertificeerd zijn. 
5. Het wordt aangeboden in een voorschoolse instelling of basisschool.

De VVE is vanaf augustus 2002 onderdeel van het gemeentelijk onderwijsbeleid van de gemeenten Zutphen, Lochem en Barneveld.
  
Wat betekent VVE voor de peuterspeelzaal?
Peuterspeelzalen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Dat staat al jaren vast voor ouders, pedagogen en overheden. Bij de start in het basisonderwijs constateren leerkrachten dat kinderen die een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf hebben bezocht, verder zijn in hun ontwikkeling dan kinderen die geen gebruik hebben kunnen maken van deze voorzieningen.
Er zijn verschillende methoden om de VVE uit te voeren. De Blokkentoren werkt in Barneveld met de Piramide-methode en in Zutphen en Lochem met Kaleidoscoop. Op dit moment is de VVE op 8 van de 11 peuterspeelzalen in de gemeente Barneveld ingevoerd, namelijk De Bereboot, De Bengels, Kameleon, De Rakkertjes, Klimop, Dribbel, De Belhameltjes, De Zon en kindercentrum De Burgt. In Zutphen wordt op de locaties De Runneboom en het Zwanevlot, en op kindercentrum Kiekeboe in Eefde wordt met de Kaleidoscoop-methode gewerkt. Deze groepen bestaan (meestal) voor de helft uit kinderen die een extra steuntje nodig hebben in hun (taal)ontwikkeling en daarvoor vier dagdelen de speelzaal bezoeken. De overige kinderen in de groep bezoeken de speelzaal in principe twee dagdelen.
 
Doelgroepkinderen
Tot de doelgroep behoren kinderen:
- die doordat hun ouders allochtoon of laagopgeleid zijn, bedreigd worden in hun (taal)ontwikkeling;
- die om andere redenen aantoonbaar bedreigd worden in hun (taal)ontwikkeling.
De kinderen die in aanmerking komen voor de VVE worden door het consultatiebureau geïndiceerd. Ook kan binnen een peuterspeelzaalgroep blijken dat een kind extra aandacht nodig heeft. In overleg met de ouders en het Consultatiebureau wordt dan bekeken of het kind alsnog een VVE-indicatie kan krijgen. Peuters met een VVE-indicatie worden met voorrang op de peuterspeelzaal geplaatst.
Peuters die een VVE-indicatie hebben volgen minimaal 10 uur per week het VVE-programma.

 
De Blokkentoren | Postbus 203, 7200 AE  Zutphen | Telefoon: (0575) 52 51 00 | E-mail: info@blokkentoren.nl
Joomla Templates by Nieta